Nederland zet een nieuwe stap richting de volgende generatie mobiele netwerken. Op de campus van de TU Delft is een 600 MHz-testmast in gebruik genomen. De antenne gebruikt als een van de eerste in Europa 5G-Advanced Release 18, de technologie waaruit 6G verder zal evolueren.
De installatie maakt deel uit van het Future Network Services-programma, kortweg FNS. Dit Nationaal Groeifonds-programma is gericht op de ontwikkeling van 6G-technologie en staat onder leiding van TNO. FNS ontwierp de infrastructuur met een sterke focus op ‘ultra-resilience’, oftewel extra weerbaarheid. Dat is belangrijk nu de samenleving steeds afhankelijker wordt van digitale infrastructuur.
600 MHz voor landelijke dekking
De 600 MHz-frequentie wordt gezien als een belangrijke bouwsteen voor landelijke 6G-dekking. Een nieuwe subgroep van de Europese Radio Spectrum Policy Group onderzoekt momenteel de bredere inzet van deze frequentie.
Door de lage frequentie is betere dekking mogelijk over grotere afstanden en door obstakels heen. De testmast in Delft moet deze voordelen onder realistische omstandigheden toetsen. De installatie maakt deel uit van het Nationaal 6G Testbed, dat FNS op vijf locaties in Nederland heeft uitgerold.
Daarmee krijgen bedrijven en kennisinstellingen vroeg toegang tot netwerktechnologie die richting 2030 commercieel beschikbaar moet komen.
Eerste toepassing in energienet
De eerste usecase draait om het realtime aansturen van het elektriciteitsnet. Binnen het FNS-werkpakket Grid Interactive Building werken onder meer TNO, TU Delft, Nokia, Do IoT Fieldlab, Comforest, AIMZ en Integer Technologies samen aan een slimmer, flexibeler en efficiënter energienet.
Die optimalisatie moet helpen om congestie door overbelasting te voorkomen. Ook is de technologie relevant voor de veerkracht van de Nederlandse energie-infrastructuur, zeker nu de kans op kritieke situaties toeneemt.
De nieuwe technologie maakt lokale data-uitwisseling tot 72 uur mogelijk, zelfs bij uitval van energievoorziening of netwerk. Dezelfde infrastructuur kan ook worden ingezet voor andere kritieke toepassingen, zoals betrouwbare informatievoorziening aan burgers bij noodsituaties of IoT-zorgtoepassingen waarbij verstoringen grote gevolgen kunnen hebben.
Co-existentie nog aandachtspunt
Voor brede inzet moeten de betrokken partijen nog wel de co-existentie van 600 MHz met draadloze microfoons en publieke omroepen oplossen. Dat is een belangrijk aandachtspunt, omdat de frequentieruimte ook door andere toepassingen wordt gebruikt.
Voor de telecomsector is de testmast in Delft vooral interessant omdat 6G niet alleen draait om hogere snelheden. De nadruk ligt ook op efficiëntere netwerken, lagere responstijden, betere landelijke dekking en meer weerbaarheid bij storingen.
Op weg naar 2030
Naar verwachting is 6G rond 2030 commercieel beschikbaar. FNS ziet de testmast als een volgende mijlpaal in de samenwerking tussen industrie, wetenschap en overheid rond Nederlandse digitale autonomie.
Nederland wil binnen Europa een sterke positie innemen in de ontwikkeling van 6G. De komende jaren opent FNS op meerdere plekken nieuwe hightech-testinstallaties, waar onderzoekers en bedrijven toepassingen van de toekomst verder kunnen ontwikkelen en beproeven.
Eerder dit jaar stelde het kabinet 142 miljoen euro beschikbaar voor FNS. Dat geld is bedoeld om kennis om te zetten in concrete 6G-technologie en daarop gebaseerde producten en diensten.

