Gebouwbeheersystemen draaiden jarenlang vooral om het regelen van zaken als verwarming, ventilatie en verlichting. Vandaag de dag spelen data, sensoren en draadloze netwerken een steeds grotere rol. Nieuwe wetgeving rondom energieprestaties en duurzaamheid versnelt die ontwikkeling. Tegelijkertijd zoeken vastgoedeigenaren naar manieren om bestaande gebouwen efficiënter te maken zonder ingrijpende verbouwingen.
Voor MCS, solution provider in IoT-oplossingen en private netwerken, vormt smart building inmiddels een belangrijk focusgebied. Volgens Jean-Philippe Aerts, Head of Product Management, ligt de sleutel tot een slim gebouw niet zozeer in de technologie zelf, maar in wat ermee gebeurt. “Een gebouw wordt pas echt slim wanneer het niet alleen data verzamelt, maar die data ook gebruikt om zichzelf via LoRaWAN realtime aan te sturen”, zegt Jean-Philippe. “Op basis van metingen kan een gebouw dan autonoom beslissingen nemen. Denk aan verwarming die wordt aangepast aan de daadwerkelijke bezetting van een ruimte of verlichting die automatisch reageert op gebruik. Dan ontstaat er intelligentie in het gebouw.”
Data als fundament
De basis van een smart building ligt volgens Jean-Philippe in het verzamelen van data. Sensoren meten zaken als temperatuur, luchtkwaliteit, aanwezigheid, energieverbruik of waterverbruik. Die informatie vormt vervolgens de basis voor optimalisatie. “Het uiteindelijke doel is dat je niet meer handmatig hoeft te controleren of een ruimte leeg staat, terwijl de verwarming nog draait of de verlichting onnodig brandt”, legt hij uit. “Door data inzichtelijk te maken, kun je processen automatiseren en veel efficiënter omgaan met energie en met je faciliteiten.”
Volgens Jean-Philippe is de rol van IoT binnen slimme gebouwen cruciaal, vooral in bestaande gebouwen. “Een traditioneel gebouwbeheersysteem werkt vaak met bekabelde sensoren en installaties. Dat functioneert prima in nieuwbouw, maar in bestaande gebouwen wordt het een heel ander verhaal. Overal nieuwe kabels trekken is duur en vaak praktisch onmogelijk. IoT biedt dan een veel eenvoudiger alternatief.”
De brug tussen oud en nieuw
Toch is de inzet van IoT niet beperkt tot het plaatsen van een paar sensoren. Een van de grootste uitdagingen zit volgens Jean-Philippe in de koppeling met bestaande gebouwbeheersystemen. “IoT en gebouwbeheersystemen zijn twee verschillende werelden”, zegt hij. “Een gebouwbeheersysteem werkt realtime en stuurt direct installaties aan. IoT verzamelt vooral informatie. Om die werelden met elkaar te laten praten en samenwerken heb je intelligente koppelingen nodig.”
Daar ziet MCS een belangrijke rol voor zichzelf. “We hebben de afgelopen jaren veel ervaring opgebouwd met het verbinden van draadloze IoT-netwerken aan bestaande gebouwinfrastructuren. De techniek zelf is vaak niet het grootste probleem. De uitdaging zit in de integratie. Hoe zorg je ervoor dat een modern IoT-netwerk kan samenwerken met bestaande protocollen zoals BACnet of KNX? Dat vraagt om kennis van beide werelden.”
Energiebesparing als grootste drijfveer
De grootste klantvraag draait momenteel om verduurzaming. Europese regelgeving stelt steeds strengere eisen aan energieprestaties van gebouwen, terwijl stijgende energiekosten organisaties dwingen kritischer naar hun verbruik te kijken. “Alles draait momenteel om energie, verwarming en HVAC-systemen”, weet Jean-Philippe. “Daar liggen de grootste besparingen en dus ook de grootste investeringsbereidheid.”
Een concreet voorbeeld komt van de Vrije Universiteit Brussel, waar MCS betrokken was bij een project rondom radiatoraansturing. Traditionele thermostaatknoppen werden vervangen door IoT-gestuurde varianten die centraal kunnen worden beheerd. Het resultaat was indrukwekkend. “In het eerste gebouw realiseerden ze ongeveer 35 procent energiebesparing in één jaar tijd. Dat komt doordat je veel beter kunt inspelen op de daadwerkelijke situatie. Tijdens vakanties, feestdagen of weekenden hoeft een gebouw niet op dezelfde manier verwarmd te worden als tijdens lesdagen.” De terugverdientijd is minder dan twee jaar. Inmiddels worden dan ook duizenden radiatoren binnen meerdere gebouwen op deze manier aangestuurd.
Van meten naar sturen
Van gegevensverzameling verschuift de focus rond IoT steeds meer naar actieve aansturing. “Van monitoren naar handelen”, stelt Jean-Philippe. “Systemen registreren niet alleen wat er gebeurt, maar nemen ook direct maatregelen.”
Dat brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Het aansturen van duizenden apparaten stelt andere eisen aan netwerken dan het verzamelen van sensordata. “Als je één gateway gebruikt om data van tienduizend sensoren te ontvangen, is dat relatief eenvoudig. Maar wanneer je vanuit diezelfde infrastructuur duizenden apparaten actief gaat aansturen, krijg je met capaciteit en schaalbaarheid te maken. Dat zijn nieuwe vraagstukken waar de markt nu ervaring mee opdoet.”
Welke data levert direct waarde op?
Volgens Jean-Philippe levert informatie over energie- en waterverbruik momenteel de snelste resultaten op. “Je moet eerst inzicht krijgen in wat een gebouw verbruikt”, zegt hij. “Pas daarna kun je optimaliseren.” Digitale energiemeters en submeters maken het mogelijk om verbruik veel nauwkeuriger te monitoren. Die data helpt ook bij het opsporen van afwijkingen. “Wanneer je in een weekend plots veel waterverbruik ziet, kan dat wijzen op een lekkage. Zulke zaken werden vroeger vaak pas veel later ontdekt.”
Ook data rondom ruimtegebruik blijkt waardevol. Organisaties gebruiken bezettingsinformatie om kantoorruimtes efficiënter in te richten en beter af te stemmen op hybride werken. “Bedrijven ontdekken soms dat een aanzienlijk deel van hun vierkante meters nauwelijks wordt gebruikt. Die informatie biedt mogelijkheden om ruimtes anders in te richten of zelfs af te stoten.”
Volop kansen voor partners
De ontwikkeling van smart buildings creëert ook kansen voor partners. De enorme markt van bestaande gebouwen biedt volgens Jean-Philippe veel potentieel. “Gebouweigenaren moeten verduurzamen, maar willen geen complete renovaties uitvoeren. Draadloze IoT-oplossingen bieden dan een aantrekkelijk alternatief.”
Naast traditionele installateurs en gebouwbeheerders melden zich steeds vaker softwarebedrijven en IT-partijen als partner. “We zien dat de markt verschuift. Sommige partners ontwikkelen zelf integraties, anderen richten zich op data-analyse of cloudplatforms. Door oplossingen eenvoudiger te maken ontstaat ruimte voor nieuwe spelers.”
MCS speelt daarop in door complete pakketten te ontwikkelen waarin hardware, connectiviteit, beheerplatforms en device management worden gecombineerd. “IoT was traditioneel best complex. Je had sensoren nodig, connectiviteit, simkaarten, platforms en integraties. Wij proberen dat te vereenvoudigen zodat partners sneller aan de slag kunnen.” Tegelijkertijd wordt veiligheid een randvoorwaarde: nu steeds meer apparaten verbonden zijn met bedrijfsnetwerken, worden veilig beheer, firmware-updates en lifecycle management volgens Jean-Philippe een vast onderdeel van iedere smart-buildingoplossing.
De volgende stap: AI
Hoewel de markt zich momenteel vooral richt op energiebesparing en verduurzaming, ziet Jean-Philippe alweer een volgende fase ontstaan. “De komende stap wordt het gebruik van AI”, verwacht hij. “We verzamelen steeds meer data. De uitdaging wordt om patronen te herkennen en voorspellingen te doen.” Met behulp van kunstmatige intelligentie kunnen gebouwen straks mogelijk zelf anticiperen op gebruik, weersomstandigheden of afwijkend energieverbruik. “Je kunt trends ontdekken die voor mensen nauwelijks zichtbaar zijn. Daardoor wordt verdere optimalisatie mogelijk.” Daarnaast verwacht hij nieuwe toepassingen rondom assetmanagement, locatiebepaling en bezettingsanalyse.
Een markt in stroomversnelling
Volgens Jean-Philippe bevindt de smart-buildingmarkt zich momenteel op een kantelpunt. De technologie is volwassen, de regelgeving scherper en de businesscase duidelijk. “De afgelopen jaren hebben partijen vooral geleerd hoe IoT en gebouwbeheersystemen met elkaar kunnen samenwerken”, zegt hij. “Nu zien we dat organisaties opschalen. Na een eerste pilot volgen gebouw twee, drie, vier en vijf.”
Voor MCS betekent dat een verdere verbreding van het aanbod. “Onze rol zit vooral in het eenvoudiger maken van die IoT-laag”, zegt Jean-Philippe. “We brengen sensoren, connectiviteit, device management en integratie dichter bij elkaar, zodat partners sneller kunnen bouwen op bestaande gebouwinfrastructuur.”
Uiteindelijk draait het erom gebouwen slimmer, duurzamer en efficiënter te maken. En daar liggen de komende jaren nog enorme kansen.


