Het Ministerie van Defensie gaat samen met de Nederlandse technologiebedrijven KPN en Thales een beveiligde cloudomgeving ontwikkelen voor de opslag en verwerking van staatsgeheime gegevens. Staatssecretaris Gijs Tuinman heeft de Tweede Kamer hierover per brief geïnformeerd. Met dit initiatief zet de krijgsmacht een cruciale stap in het versterken van de digitale slagkracht en het waarborgen van de nationale soevereiniteit.
De krijgsmacht digitaliseert in hoog tempo en moderne militaire toepassingen zijn steeds vaker afhankelijk van cloudtechnologie. Hoewel commerciële clouddiensten veelvoorkomend zijn, kiest Defensie voor deze specifieke omgeving voor een samenwerking met binnenlandse partners om de afhankelijkheid van buitenlandse partijen, met name uit de Verenigde Staten, te verkleinen.
Eigen regie in eigen datacenter
De nieuwe staatsgeheime cloud wordt ondergebracht in het eigen datacenter van Defensie. Hierdoor behoudt Nederland de volledige controle over de meest gevoelige data en digitale systemen. De samenwerking is gebaseerd op een hybride cloudstrategie:
-
Meerdere omgevingen: Defensie maakt gebruik van verschillende clouds naast elkaar en selecteert per scenario de meest geschikte omgeving.
-
Praktijktest: Als onderdeel van een proef worden twee militaire toepassingen op de nieuwe infrastructuur getest om de operationele werking te valideren.
-
Nederlandse expertise: Door KPN en Thales te betrekken, wordt optimaal gebruikgemaakt van lokale kennis op het gebied van connectiviteit en hoogwaardige beveiligingstechnologie.
Lessen uit de moderne oorlogsvoering
Het belang van een robuuste digitale infrastructuur wordt onderstreept door recente conflicten. De oorlog in Oekraïne heeft aangetoond dat het leger operationeel kan blijven door snel over te schakelen naar cloudgebaseerde systemen, zelfs wanneer fysieke gebouwen of lokale servers beschadigd raken.
Wie sneller informatie kan delen en nieuwe technologieën kan integreren, behoudt een voorsprong op de vijand. Deze nieuwe ‘geheime cloud’ moet ervoor zorgen dat de Nederlandse krijgsmacht niet alleen sterker wordt, maar ook technologisch onafhankelijk blijft in een steeds complexer digitaal speelveld.


