Ik werkte ooit voor een operator die groot werd vanuit de kabel, de tv-coax die huis na huis in Nederland binnenkwam. Jarenlang zat ik midden in de wereld van infrastructuur, netwerken en de eeuwige concurrentiestrijd tussen coax en glas. En al die jaren heb ik één ding nooit helemaal begrepen: waarom maakt de Nederlandse ICT-sector zich zo ontzettend druk over glasvezel? Waarom is dat spul zo heilig verklaard?
Nu zit ik weer op mijn favoriete eiland, Bali, in Sidemen. Rijstvelden zover je kijkt, een sliert oerwoud aan de rand, en op de achtergrond de Agung die rustig zijn kop boven de wolken houdt. En hier, in dit landelijke stukje Bali, word ik nog directer met mijn neus op de feiten gedrukt. Want glasvezel doet er hier gewoon helemaal niet toe.
Langs de weg hangen de telefoondraden in bundels die eruitzien als een bord mihoen goreng dat door een wasmachine is gegaan. Werkt het niet meer? Dan klimt er een mannetje op slippers de paal in, knoopt er een extra lus draad bij en klaar is Kees. Geen graafwerkzaamheden, geen jarenlange aanbestedingstrajecten, geen wethouder die een lint doorknipt bij de honderdduizendste FttH-aansluiting. Gewoon een man, een paal en een knoop.
Alles hier is mobiel. Ik koop voor een euro of vijftien een e-sim van 36 GB langs de kant van de weg en daar doe ik de rest van mijn verblijf mee. Met Grab en GoJek bestel ik vervoer of eten en binnen twintig minuten staat er een Balinees op een scooter met een sate ayam of spareribs voor de deur. Ik laat mijn was ophalen en schoon terugbrengen en als mijn spieren om aandacht vragen na een dag motorrijden, bestel ik een masseur die gewoon naar mijn accommodatie toe komt voor een ontspannen Balinese massage. Google Maps wijst me feilloos de weg dwars door het land, over bergpasjes en langs rijstterrassen die ik anders nooit had gevonden. En spreekt iemand geen Engels, dan doet ChatGPT gewoon even de tolk, midden tussen de rijstvelden.
Het interesseert me geen bal hoe dat allemaal technisch precies werkt. Of het nou via 4G, 5G, satelliet of die ene magische paal met het extra knoopje gaat. Het gaat erom dát het werkt. En daar zit precies mijn punt met de eeuwige glasvezeldiscussie in Nederland.
Bij ons wordt glasvezel gebracht als heilige graal. Elke gemeente moet vol, elke straat open, elke laatste meter naar elk laatste huis. Er wordt gesproken in termen van beschaving, van toekomstbestendigheid, van ‘achterblijven’ als je nog op coax of DSL zit. Terwijl de gebruiker, de mens achter dat aansluitpunt, eigenlijk maar één ding wil: dat het werkt. Snel genoeg om te videobellen, te streamen, te werken. De rest is techniek voor techneuten en die mogen daar vooral enthousiast over blijven, maar leg het niet op aan de rest van Nederland als een soort morele plicht.
Ik snap best dat glasvezel voordelen heeft. Hogere capaciteit, lagere latency, minder storingsgevoelig, klaar voor de toekomst met AI en alle datahonger die daaraan vastzit. Daar ga ik niet tegenin. Maar de manier waarop de hele sector zich er jarenlang collectief in heeft vastgebeten, alsof het de enige weg naar digitale verlossing was, dat heb ik nooit helemaal kunnen volgen. Ik kom uit de coaxwereld en heb operators zien groeien, fuseren en floreren zonder dat iedereen meteen glas in de grond hoefde. De techniek volgde de behoefte, niet andersom.
Hier in Sidemen, tussen de rijstvelden en met zicht op een vulkaan die al duizenden jaren precies doet wat hij zelf wil, leer ik het misschien wel het scherpst. Verbinding gaat niet over het medium. Het gaat over wat je ermee bereikt. Een Balinees op slippers in een telefoonpaal regelt in vijf minuten wat bij ons soms jaren vergadertijd kost. En de eindgebruiker, ik dus, op zijn motor tussen de rijstterrassen, heeft daar nergens last van. Sterker nog, ik ben hier beter en sneller connected dan in menig Nederlands buitengebied.
Dus misschien moeten we in Nederland af en toe iets minder glashelder willen zijn over glasvezel en iets meer kijken naar wat de gebruiker eigenlijk nodig heeft. Soms is de mooiste infrastructuur niet de duurste of de nieuwste, maar gewoon de infrastructuur die werkt. Desnoods met een extra knoopje in de draad, geknoopt door een mannetje op slippers hoog in een telefoonpaal, met uitzicht op een vulkaan die zich nergens iets van aantrekt.
Terima kasih.
Richard Bordes is Lawaaimaker in de ICT, Radio Maker, presentator en Co-Founder van PeopleWorkTechnology.com


