Nederland verstevigt zijn positie als digitale koploper binnen Europa. Nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Eurostat laten zien dat zowel bedrijven als inwoners ver bovengemiddeld digitaal vaardig zijn. Waar consumenten het EU-doel voor 2030 al hebben gehaald, zitten bedrijven daar nog net onder – maar wel stevig in de Europese top drie.
Bedrijven: EU-toppositie en doelstelling binnen handbereik
De digitalisering van het Nederlandse bedrijfsleven blijft versnellen. In 2025 heeft 89 procent van de bedrijven (10 tot 250 medewerkers) een basisniveau van digitale intensiteit bereikt, tegenover 83 procent in 2023.
Deze digitale intensiteitsindex (coit) meet in hoeverre bedrijven technologie toepassen. Om het basisniveau te halen, moeten organisaties minimaal vier van twaalf digitale technologieën gebruiken.
Nederland behoort hiermee tot de top drie van Europa, achter Finland en Denemarken. Het EU-doel – 90 procent in 2030 – is daarmee vrijwel in zicht.
Opvallend binnen de coit-score:
- 42 procent van de Nederlandse bedrijven zit op een hoog niveau
- 20 procent zelfs op een zeer hoog niveau
- Slechts 27 procent blijft steken op een laag niveau
Ter vergelijking: het EU-gemiddelde ligt fors lager, met slechts 27 procent ‘hoog’ en 9 procent ‘zeer hoog’.
De verschillen per sector zijn aanzienlijk:
- In de informatie- en communicatiesector haalt 98 procent het basisniveau, waarvan 92 procent zelfs hoog of zeer hoog scoort
- Sectoren als vastgoed en zakelijke dienstverlening zitten eveneens boven het gemiddelde
- De horeca blijft achter, met 41 procent van de bedrijven op een laag digitaliseringsniveau
De cijfers bevestigen dat digitalisering in Nederland geen niche meer is, maar een breed gedragen fundament onder de economie. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor versnelling, met name in traditionelere sectoren.
Consumenten: digitale vaardigheden al boven EU-norm
Waar bedrijven de eindstreep naderen, zijn Nederlandse burgers daar al overheen. In 2025 beschikt 84 procent van de bevolking (16 tot 75 jaar) over digitale basisvaardigheden – het hoogste percentage in de EU.
De Europese doelstelling voor 2030 ligt op 80 procent.
Daarnaast heeft:
- 56 procent van de Nederlanders meer dan basisvaardigheden
- Dit aandeel groeit gestaag (50 procent in 2023, 48 procent in 2021)
Digitale vaardigheden worden gemeten op vijf gebieden:
- informatie en digitale geletterdheid
- online communicatie
- gebruik van online diensten
- privacybescherming
- softwaregebruik
Nederlanders scoren vooral hoog op online communicatie: vrijwel iedereen beheerst dit op een niveau boven de basis. Softwaregebruik en programmeervaardigheden blijven relatief achter.
Duidelijk verschil tussen burgers en bedrijven
De cijfers laten een interessant contrast zien. Consumenten lopen voor op de Europese ambities, terwijl bedrijven nog een kleine stap moeten zetten.
Dat verschil is verklaarbaar:
- Burgers adopteren digitale toepassingen vaak sneller in het dagelijks leven
- Bedrijven moeten investeren, integreren en opschalen – wat meer tijd kost
Tegelijkertijd ligt hier juist een kans voor het IT- en telecomkanaal. De vraag naar oplossingen rond cloud, security, data en automatisering zal verder toenemen, zeker in sectoren die nu nog achterblijven.
Sterke uitgangspositie, maar werk aan de winkel
Nederland staat er digitaal sterk voor. De combinatie van hoog digitaal vaardige burgers en een bedrijfsleven dat snel digitaliseert, vormt een solide basis voor verdere groei.
De laatste procenten richting de EU-doelstelling lijken een formaliteit. De echte uitdaging ligt in het verdiepen van digitalisering: van ‘basis op orde’ naar strategisch en onderscheidend gebruik van technologie.


